Over de Belastingdienst, basisinkomen, bestaanszekerheid en sociale mobiliteit
Met touwtjes en plakband
De Belastingdienst zit in zwaar
weer. De organisatie kampt met zelf
gecreëerd personeelstekort, verouderde systemen en ondervindt steeds vaker storingen.
Met een jaarlijkse
omzet van 366,4 miljard (ja, dat is meer dan 1 miljard per dag) kun je je
afvragen of het niet eens tijd is voor een nieuwe investering in de financiële
infrastructuur van de rijksoverheid.
Waarom is dit relevant? Is dit niet gewoon een technisch
probleempje dat je even door een slimme marktpartij laat oplossen? Welnu, zo
eenvoudig blijkt dit niet te zijn. Ten eerste hebben de rijksoverheid en grote
IT-projecten doorgaans geen goed huwelijk. Experts voorzien dat het nog enkele
jaren kan duren voordat de IT op orde is en het implementeren van nieuw beleid
zal tot die tijd vrijwel
onmogelijk zijn. Je zou kunnen zeggen dat de democratie hiermee enigszins vleugellam
is.
Waarom hebben we eigenlijk een belastingdienst? Zal er
iemand verdrietig zijn als deze moloch door zijn hoeven zakt? Laten we een
gedachtenexperiment doen met behulp van wiskunde op brugklasniveau. Ik
introduceer hiervoor iets, wat misschien al bestond, maar wat ik nog nooit
eerder gezien heb: een bruto-nettografiek. Op de X-as je bruto-inkomen, en op
de Y-as je netto-inkomen.
Een complete anarchie: Y = X
Stel je een land zonder belastingen voor. Op het eerste
gezicht lijkt het misschien een paradijs, maar als je langer dan een paar
tellen nadenkt, besef je dat dit de hel op aarde is. Geen bestuur, geen infrastructuur,
geen stroom, water en riool, geen regels, geen rechtspraak, geen politie, geen
leger, geen onderwijs, geen gezondheidszorg, geen veiligheid. Bendeoorlogen en
uitbuiting aan de orde van de dag en sommige mensen sterven van honger op
straat. Anderen wonen in bunkers met eigen voorzieningen en privélegertjes voor
hun beveiliging. Scholen en klinieken zijn er uitsluitend tegen betaling in een
buitenlandse valuta, want er is immers ook geen geldsysteem. Moet ik doorgaan?
Als iedereen alles mag houden (Y) wat hij of zij verdient (X) en geen belasting
hoeft te betalen, is dit het resultaat. Zulke landen bestaan helaas en we
noemen ze een failed state (mislukte staat).
Onderstaand is een bruto-nettografiek weergegeven, die we
stapje voor stapje gaan invullen. De totale anarchie volgens dit model is de
zwarte stippellijn (Y = X). De grafiek bevat vooralsnog geen getallen.
Communisme: Y = constant
Het tegenovergestelde van een complete anarchie is een
communistische staat, waarin de overheid alles bezit en iedereen (in theorie)
gelijk is. Iedereen heeft hetzelfde inkomen (Y), ongeacht wat iemand voor werk
doet en voor de maatschappij betekent (X). Dit andere uiterste is weliswaar
nooit in de praktijk gerealiseerd, maar alle pogingen hiertoe resulteerden ook
in een hel op aarde. De constante Y blijkt in de praktijk nogal laag te zijn en
alle pogingen van mensen om een beter leven te krijgen (sociale mobiliteit)
zijn ofwel illegaal, ofwel met corruptie omgeven, of alleen te bereiken door
het land te ontvluchten, of door je bij de politieke elite te voegen, waarmee
de ideologie per definitie tegenstijdig wordt, onhoudbaar wordt, vastloopt en zichzelf
om zeep helpt. Deze strak georganiseerde tegenpool van de volledige anarchie ontaardde
eveneens in een hel op
aarde. We kennen de
geschiedenis. Deze weg is wereldwijd verlaten.
Een moderne complexe maatschappij: Y = f(X)
De Europese westerse democratieën proberen tussen deze twee
uiterste vormen van de hel de hemel op aarde te vinden door de vrije markt de
ruimte te geven, maar wel met een overheid die met belastingen en sociale
zekerheid over het welzijn en de welvaart van de mensen waakt. Een bijzonder
voorbeeld is ons eigen land, dat zo ambitieus is dat 26,8
procent van alle overheidsuitgaven naar sociale zekerheid gaat. Tel hier
nog de werkgeversverzekeringen bij op, en je ziet dat een groot deel van ons
BNP in de naam van sociale rechtvaardigheid rondgepompt wordt. Ik heb een
moedige poging gedaan om de Nederlandse belastingwetgeving en de sociale
zekerheid in een grafiek weer te geven. In wiskundige termen van de brugklas:
Het nettoloon dat je van je brutoloon overhoudt is een extreem ingewikkelde en
onbekende functie Y = f(X). Ik heb het zelfs gewaagd om de getallen erbij te
zoeken (stand 2023).
Bij de grafiek hoort een lijstje van uitgangspunten:
- Het belastingdeel van de grafiek houdt alleen rekening met Box 1 (inkomen uit arbeid) zonder aftrekposten (dus ook geen hypotheekrenteaftrek ten behoeve van een eigen woning). Dit creëert een aanzienlijke bandbreedte boven de blauwe lijn, rechts van modaal (€ 40.000).
- Links van modaal is er een zeer uitgebreid stelsel aan sociale voorzieningen. We bekijken hier alleen bijstand, zorgtoeslag en huurtoeslag. Kinderbijslag en kinderopvangtoeslag blijven buiten dit overzicht.
- De grafiek houdt ook geen rekening met inkomen uit werknemersverzekeringen zoals WW en WIA, de kosten ervan zijn werkgeverslasten die ook niet in de grafiek staan.
- Hetzelfde geldt voor pensioen, waarbij pensioenpremie uit een werkgevers- en een werknemersdeel bestaan.
Het is dus nog eigenlijk veel complexer. Duizelt het al 🥴?
Maar nog meer complexiteit toevoegen draagt niet bij aan de transparantie (als
dat nog lukt), noch aan de kern van dit betoog. Dus ik houd het bij deze
uitgangspunten op basis van één standaard-levenssituatie: een alleenstaande
volwassene zonder kinderen. Die komen later nog even aan de beurt.
Zie onderstaande grafiek. Hier staan 4 lijntjes in. Het zwarte
stippellijntje is een maatschappij zonder belasting. Die hebben we al
besproken. De resterende lijntjes zijn:
Netto 1 (blauwe lijn)
Als je met werk een inkomen verdient, dan kom je in een
waanzinnig ingewikkeld stelsel van formules terecht om een bruto-inkomen in een
netto-inkomen om te rekenen. Voor inkomstenbelasting (IB) en sociale premies (AOW,
ANW, WLZ) bestaan formules, waarin belastingvrije voet, heffingskorting,
arbeidskorting en combinatiekorting met allemaal percentages gestaffeld zijn. Dit
stelsel bestaat uit tientallen draaiknopjes die jaarlijks bijgesteld worden en
voor een groot deel tegen elkaar in werken. In de Nederlandse taal hebben we
woorden (zoals overhevelingstoeslag en huurwaardeforfait) die onvertaalbaar in
andere talen zijn, omdat ze een product van deze warboel zijn. De IB-schijven
zijn progressief (36,9% tot € 73.032 en 49,5% daarboven), de sociale premies
zijn daarentegen gemaximeerd (en daarmee regressief). Het resultaat van dit
complexe stelsel met tegen elkaar in werkende effecten is een vrijwel rechte
lijn vanaf iets onder minimumloon tot in de oneindige hoogten van bankdirecteuren
en topvoetballers. Het resultaat is verbluffend! Ik wist dit ook niet en heb
dit pas ontdekt met behulp van een bruto-nettocalculator
bij het schrijven van deze blog door heel veel bedragen met kleine stapjes in
te vullen om de grafiek te vullen.
Wacht even!! Een rechte lijn heet toch een vlaktaks?
Ja, de progressieve belastingschijven zijn maar schijn. We hebben in de kern van de zaak al een belastingvrije voet van iets minder dan het minimumloon en daarboven bij benadering een vlaktaks van 49,5%. Dat is allebei in beginsel heel verdedigbaar, maar zou ook met twee parameters beschreven kunnen worden, waarmee de arme IT-systemen van de belastingdienst een beetje rust zouden krijgen. Over deze twee parameters later meer.
Netto 2 (groene lijn)
Maar hier blijft het niet bij. Hier wordt een sociaal stelsel overheen gesuperponeerd dat een sociaal minimum garandeert. Een volwassen ingezetene van Nederland die geen inkomen heeft (X = 0), heeft recht op een bijstandsuitkering van € 16.835 per jaar. Dit is het sociaal minimum (Y = 16.835). Verdien je een beetje bij, maar netto minder dan dit bedrag (0 < X < 16.835), dan wordt je inkomen tot het sociaal minimum aangevuld (Y = 16.835). Dit is het horizontale groene lijntje. Tot dit punt neemt je inkomen niet toe door te werken. Daarboven zit je tot iets onder het minimumloon op een stijgende lijn met weinig belasting en daarna op de blauwe lijn van de (bij benadering) vlaktaks die we officieel niet hebben maar feitelijk wel.
Netto 3 (rode lijn)
In de praktijk is het onmogelijk om in het hedendaagse
Nederland met dit geld rond te komen. Daarom is er een toeslagenstelsel ontstaan
(een toeslag is het tegenovergestelde van een belasting), waarvoor weer
allerlei regels en criteria opgesteld zijn die uiteraard met je inkomen maar
ook veel met je persoonlijke situatie te maken hebben. Zo is er zorgtoeslag om
je ziektekostenverzekering te kunnen betalen, huurtoeslag om je huur te kunnen betalen,
kinderbijslag en kinderopvangtoeslag. Deze laatste twee zijn, zoals al gezegd,
niet meegenomen. De grafiek laat de bovengrens van het netto-inkomen zien,
gebaseerd op de maximale bedragen zien die hiervoor staan. Het is een
aanvulling van maximaal € 6.840 netto per jaar. Merk op dat dit toeslagenstelsel
er ook voor werkenden is en tot ongeveer een modaal inkomen (bijna € 40.000 per
jaar).
Het gebiedje van de maximale toeslagen is in de grafiek
ingekleurd. Dit is het onzekerheidsgebied van de bruto-nettografiek, waar je
netto-inkomen van allerlei privéfactoren afhangt die we in deze grafiek niet
kunnen afbeelden. Wat valt hierin op?
- Een modaal inkomen is het inkomen dat de gemiddelde Nederlander verdient (het is geen gemiddeld maar een mediaan inkomen: een scheidslijn tussen de 50% beter en 50% minder verdienende mensen). Ongeveer de helft van de werkende mensen betaalt belasting maar krijgt ook toeslagen om rond te komen (nog afgezien van kinderen, zie boven). Is dat niet heel erg vreemd? Geld aan de overheid betalen en tegelijk inkomenssteun van de overheid ontvangen? Maar het is wel zo.
- We zien dat er vrijwel geen netto-inkomensverschillen tussen sociaal minimum en modaal zijn.
- Het oerwoud aan regels maakt het volkomen ondoorzichtig wat het effect van een toename van bruto-inkomen op het netto-inkomen betekent (de zogenoemde marginale meeropbrengst van arbeid). Meestal is er geen vooruitgang. Als je pech hebt, kun je door allerlei regeltjes op microniveau ook minder gaan overhouden door iets meer te gaan verdienen. Dit effect is met het golvende lijntje en de vraagtekens uitgebeeld.
Over deze laatste twee punten kun je diverse politieke
standpunten hebben. Die wil ik hier niet innemen, laat staan uitdragen. Maar
een objectief vast te stellen effect is dat dit negatief op de sociale
mobiliteit uitwerkt. Of in klare taal: werken loont niet of nauwelijks, tenzij
we een voldoende grote sprong maken dat we over modaal heen schieten (> €
40.000) en bij de beter bedeelde helft van het land gaan horen.
We hebben een egalitaire samenleving, denken we. Dat kun je
mooi vinden, maar die egalitaire samenleving zit vooral in de onderste helft
van het inkomensbouwwerk van ons land en zeker niet in de bovenste helft. Het
beeld is nog geflatteerd, omdat de hogere inkomens in de praktijk meer
mogelijkheden hebben om minder belasting te betalen, mogelijkheden die in deze
grafiek niet meegenomen zijn. Het blauwe lijntje ligt in de praktijk eigenlijk
hoger.
Sociale mobiliteit is er vooral boven modaal. Een systeem waarbij de arbeidsmarkt alleen voor de beter betaalde helft van de samenleving functioneert, kan geen goed systeem zijn. Maar dit is nu wel de realiteit.
De grote valkuil: alleen hulp aan wie het echt nodig
heeft
Als je de burgers zou vragen aan wie de overheid inkomensondersteuning
moet geven, dan zal de overgrote meerderheid antwoorden: “alleen aan wie het
echt nodig heeft”. Hoe logisch en redelijk dit ook lijkt, dit leidt in de
praktijk tot een derde hel tussen de twee eerdere hellen die ik al geschetst
heb. We hebben een stelsel van belastingen, sociale zekerheid en inkomenstoeslagen,
dat uit zijn voegen barst, vol met complexe regels die uit de beste bedoelingen
ontstaan zijn. Dit vereist een enorme bureaucratie van ambtenaren die intensief
zich met de privésituatie van de burgers bemoeien. Burgers moeten aan de
overheid melden hoeveel huur ze betalen, of ze een kamer verhuren, wat hun
zorgkosten zijn, of nog erger: of ze een relatie hebben en met wie, of dat een
relatie beëindigd is (alsof dat harde momenten in een mensenleven zijn). Deze bureaucratie
vergist zich wel eens met desastreuze gevolgen voor personen en gezinnen (toeslagenschandaal).
Of een bijstandsmoeder die een boete kreeg omdat ze soms boodschappen van haar
moeder aannam. Je tegen deze bureaucratie verdedigen is onmogelijk, waardoor er
ook bij dit systeem een totalitaire staat is ontstaan. Inkomenspolitiek zit bovendien overal
verspreid (inkomstenbelasting, sociale voorzieningen, zorg, volkshuisvesting)
waardoor transparantie, rechtszekerheid en sociale mobiliteit juist kapot
gemaakt worden.
En hoeveel kost dit apparaat zelf? Hoe effectief is het? En hoe rechtvaardig? Allemaal beoogde doelen, waar we voorbijschieten. En waarom? Om dat we een systeem willen waarbij geld alleen naar diegenen gaat die het echt nodig hebben. Alsof een overheid dat objectief kan organiseren en beoordelen. Het is een illusie. En wat gebeurt er als de IT-systemen van de rijksoverheid het definitief begeven (zie eerste afbeelding)?
De deeltijdvalkuil
Nederland is kampioen deeltijdwerkers. Je kunt dit mooi en
vooruitstrevend vinden. Het klassieke model van de man met een baan en de vrouw
met een baantje is hardnekkig, waarbij de vrouw tijd heeft voor huiselijke plichten
en zorgtaken. Alleenstaanden die in deeltijd werken zijn voor een groot deel
tot het sociaal minimum veroordeeld. Niemand werkt dan meer dan hij of zij voor
zijn plezier wenselijk vindt, omdat meer werken meestal niet meer inkomen
oplevert. Evengoed kun je voor vrijwilligerswerk kiezen.
Ik durf de stelling aan dat Nederland kampioen
deeltijdwerkers is, niet om dat we zo vooruitstrevend zijn en veel waarde aan
immateriële zaken hechten zoals vrije tijd en zorgtaken, maar simpelweg omdat
we geen sociale mobiliteit in de onderste helft van ons loongebouw hebben. Dat
betekent dat er veel verborgen arbeidsreserves zijn, die we zouden kunnen mobiliseren
als we de sociale mobiliteit zouden kunnen herstellen.
Een onvoorwaardelijk basisinkomen (Y = a · X
+ b)
Het idee van een basisinkomen
is niet nieuw. Het thema komt periodiek terug in de publieke belangstelling,
vooral als er sprake van recessie en werkloosheid is. Dit laatste is nu niet
het geval. Hoewel de economische groei momenteel wel stilvalt, is er nog sprake
van grote personeelstekorten. Omdat ik van nature anticyclisch ben, wil ik het
basisinkomen weer in de belangstelling brengen en bovendien betogen dat een
systeem van een basisinkomen met een vlaktaks niet alleen in tijden van
werkeloosheid, maar ook in tijden van arbeidskrapte een goed idee is. Daarom verdedig
ik de volgende stelling:
Een basisinkomen is goed in tijden van werkloosheid,
maar ook in tijden van arbeidsschaarste.
De lijst van voorstanders van een basisinkomen is bijna
eindeloos, waaronder veel bekende
wereldburgers (hier staat ook Rutger Bregman bij), van links tot rechts op
het politieke spectrum. Zoals te verwachten zijn er ook verenigingen. Maar wat is nu dat
basisinkomen? Voor wie al op alle linkjes geklikt heeft, hoef ik niets uit te
leggen. Mensen die van het woord basisinkomen schrikken, spreken soms liever
van een stelsel met een negatieve
inkomstenbelasting. Een term die de Amerikaanse econoom Milton Friedman
introduceerde. Hij geldt dan ook als meest rechtse voorstander van een
basisinkomen. In Nederland heeft het een basisinkomen een links imago. Het is
interessant als een maatschappelijke visie over het hele politieke spectrum
gedragen (maar ook verguisd) wordt. Van links tot rechts kunnen we het over een
stelsel eens (of oneens) worden.
Wat is een basisinkomen? Iedereen, rijk of arm, krijgt een
inkomen ter hoogte van het sociaal minimum (een bijstandsuitkering) ter hoogte
van bedrag (de b van basisinkomen), en vanaf de eerste euro die hij of
zij verdient een vast percentage (de a van aandeel) mag houden. Dit komt
neer op een vlaktaks met een vast tarief van (1 – a).
Alles wordt met de maandelijkse termijnen van de inkomstenbelasting
geregeld. Werkende mensen krijgen niet fysiek dit geld overgemaakt, maar het wordt
met de loonbelasting verrekend. Voor een groot deel van de werkende mensen
verandert er dus niet veel.
Om de beeldvorming even helemaal plat te slaan: linkse
mensen zullen voor een lage a en een hoge b pleiten, rechtse
mensen voor een hoge a en een lage b. Je kunt zelfs tot de
uitersten van anarchie (a = 1, b = 0) tot communisme (a = 0, Y = b) gaan. Ik
wil zelf geen standpunt over de getallen a en b innemen, maar als
we in Nederland een basisinkomen zouden invoeren met een zo goed mogelijke
aansluiting op het huidige stelsel, dan dringen deze getallen zich vrijwel
vanzelf op:
a = 0,5 (vlaktaks 50%),
b = € 16.835 per jaar (bijstand).
Het netto-inkomen is nu een eenvoudige functie van het
bruto-inkomen: Y = a · X + b
De groene stippellijn in bovenstaande grafiek laat zien dat de
lijn bij een bijstandsuitkering de Y-as snijdt en vanaf dit punt met een
constante helling omhoog kruipt. Het snijpunt met de diagonaal markeert de
grens tussen de netto-ontvangers en de nettobetalers van de maatschappij en die
grens ligt een stukje onder modaal. Dat is heel logisch: de rijkere helft
betaalt aan de armere helft van het land maar de sociale mobiliteit is voor
iedereen gelijk. De grens ligt een stukje onder modaal omdat een modale
verdiener ook iets aan de andere taken van de maatschappij bijdraagt.
Waarom ligt de lijn voor de hogere inkomens ca. € 4.500
boven de huidige netto lijn? Welnu, bij een dergelijke vereenvoudiging moeten
ook alle aftrekposten voorbij zijn. Dus ook de hypotheekrenteaftrek, waar
vooral de hogere inkomens gebruik van maken. Wil je een zo neutraal mogelijke
invoering van het basisinkomen, dan is dit een passende compensatie.
Nogmaals: over a en b moet een politieke
discussie plaatsvinden, ik heb geprobeerd een startsituatie te beschrijven die zo
goed mogelijk bij de huidige inkomensverdeling aansluit.
Graag wil ik in mijn eigen woorden overbrengen waarom het
idee van een universeel basisinkomen mij aanspreekt. Laten we daarom opnieuw
naar de grafiek kijken (maar zonder de huidige situatie erin, zie onder):
- Het systeem biedt onvoorwaardelijke bestaanszekerheid, mits b voldoende is.
- Het systeem hanteert hierdoor sociale zekerheid als uitgangspunt en niet als sluitpost.
- Hierdoor wordt sociale mobiliteit niet belemmerd, maar juist gestimuleerd, omdat werken in alle gevallen loont. Er zal een verborgen arbeidspotentieel gemobiliseerd worden, dat in deze tijden van personeelsschaarste zeer welkom is.
- De sociale zekerheid en het belastingstelsel worden met elkaar geïntegreerd en extreem vereenvoudigd.
- Het toeslagenstelsel kan in de prullenbak.
- Kinderbijslag en kinderopvangtoeslag kunnen behouden blijven. De overheid moet een instrument voor demografisch beleid houden. Ik pleit voor vaste bedragen (inkomensonafhankelijk), omdat we anders weer opnieuw met een nieuwe complexe bureaucratie gaan beginnen die sociale mobiliteit afremt. Kinderbijslag kun je als gereduceerd basisinkomen voor minderjarigen beschouwen, uit te keren aan hun ouders of voogden.
- De werkgever is niet verantwoordelijk voor de bestaanszekerheid van de werknemer. Hierdoor kan er een lossere relatie tussen werkgever en werknemer ontstaan. Ook wordt het onderscheid tussen een dienstverband en zelfstandigheid hiermee kleiner.
- Arbeidskosten in het lage loonsegment zijn laag, hierdoor is er voor de industrie geen noodzaak om naar lagelonenlanden uit te wijken. In feite wordt laagbetaalde arbeid gesubsidieerd. Dit is vooral een argument voor tijden van werkloosheid.
- In tijden van arbeidsschaarste zullen werkgevers bereid zijn meer loon te betalen. Hiermee gaan de inkomens omhoog. Er komt een punt dat werkgevers alsnog naar lagelonenlanden uitwijken, maar pas nadat het arbeidspotentieel van het eigen land volledig benut is. Dit is de juiste volgorde.
- Er is totale transparantie en de overheid heeft geen controleapparaat nodig dat zich met het privéleven van de burgers bemoeit. Ook dit levert een nieuw arbeidsaanbod op, dat juist nu erg welkom is.
- De hiermee bespaarde kosten kunnen ten goede komen aan een hogere a of b (al naargelang het politieke klimaat), hetgeen een rechtstreekse welvaartsverhoging voor iedereen betekent.
- Als mensen gaan samenwonen (dit kan ook woningdelen buiten de relationele sfeer zijn), dan heeft de overheid daar niets mee te maken. De besparing is voor de burger, niet voor de staat. Hierdoor loont het om huizen te delen, wat nu niet het geval is. Ik voorzie dat ook de woningnood hierdoor ook minder wordt.
- Wij hebben al voorbeelden van een basisinkomen. De AOW is voor iedereen gelijk. Er was ook een tijd dat studenten allemaal dezelfde basisbeurs kregen, ongeacht het inkomen van de ouders. Dat zou nu het bedrag b worden. Dat is een aanzienlijke verbetering. Als we die verbetering te groot vinden, is er ruimte om het collegegeld iets meer in relatie met de werkelijke kosten te brengen.
- Werknemersverzekeringen (WW en WIA) staan hier in principe los van en kunnen behouden blijven.
Bovenstaand zie je sociale en liberale argumenten door
elkaar heen staan. Dat is wat een basisinkomen is: een sociaalliberaal systeem.
Varianten (nawoord)
Het liefst stop ik mijn betoog hier, maar ik weet dat er bezwaren
er tegen dit voorstel ingebracht zouden kunnen worden, die inkomenseffecten van
individuele gevallen betreffen. Als het uitgangspunt moet zijn dat niemand erop
achteruitgaat, dan kan het basisinkomen nooit budgetneutraal ingevoerd worden
en dan moeten we alle individuele bovengrenzen met elkaar verbinden. Dat kan
ook een keuze zijn, maar dan ontstaan er grote tekorten. Ik heb ook ideeën voor
een tijdpad naar dit systeem, waarbij tussenstappen de individuele effecten
verlichten en een tijdperk van economische groei aan deze hervorming besteed
wordt om het basisinkomen niet-budgetneutraal in te voeren, zodanig dat het
niemand pijn doet, maar velen er drastisch op vooruitgaan. Ik vind dat een
onderwerp voor nadere uitwerking. In alle gevallen moeten we de valkuil
vermijden om er opnieuw een ingewikkeld algoritme van te maken. Het zou ook enorm
helpen als we een ander groot probleem zouden oplossen, namelijk de woningnood,
maar daar heb ik al iets over gezegd.
Reacties
Een reactie posten