Tunnelvisie in de formatie (en een voorbeeld hoe het beter kan)

 

Ongebruikelijke vriendschappen

We zouden bijna vergeten hoe diep de weerzin van Omtzigt tegen de VVD was, hoe hard de aanvaringen tussen Wilders en de VVD waren en hoe resoluut Omtzigt de PVV afwees. Van der Plas was ook nooit vrienden met de VVD.

Maar intussen bloeit de vriendschap als nooit tevoren. En soms… lijkt het zelfs liefde.

Dat niet iedereen binnen de VVD hier blij mee is, moge duidelijk zijn uit een interview met Ed Nijpels, die liever naar links kijkt. Wierd Duk voorspelt dat het met deze formatie niets wordt. We gaan het zien.

 

Niet de verkiezingsuitslag maar het formatieproces is het probleem

Het coalitiemodel is in de Nederlandse politiek uitgewerkt. Formaties duren steeds langer en leiden tot steeds minder bevredigende resultaten. Welke van de laatste kabinetten zijn stabiel geweest? Ik heb eerder uiteengezet dat coalities per definitie geen afspiegeling van de wil van het volk kunnen vormen. Een coalitie begint met het uitsluiten van ca. 45% van het electoraat en vervolgens het sluiten van deals tussen onverenigbare partijen, waarmee ca. 55% van het parlement knarsetandend slaaf van de uitvoerende macht gemaakt is en de facto niet functioneert. De overige 45% is zonder macht. Deze geforceerde houdgreep is geen democratie. En het blijkt door de trage formaties ook steeds moeilijker om tot dit punt te komen.

Maar het kan anders: bij elke verkiezingsuitslag is er een snelle en succesvolle formatie mogelijk, dat wil ik graag onderstaand uiteenzetten.

 

Formatie per ministerie

Twee weken geleden heb ik betoogd dat de inhoud leidend moet zijn en de poppetjes volgend. Wij doen traditioneel het omgekeerde en lopen daarin steeds vast. Daarom pleit ik (nogmaals) om de formatiedans eerst per ministerie af te handelen en daarmee tot een gedragen beleid te komen. Het grootste voordeel is dat de gehele volksvertegenwoordiging hieraan meedoet en niet alleen een zelfverklaarde meerderheid, die de rest buiten de deur probeert te houden en het vervolgens met elkaar moet uitvechten. Hierbij een aanzet hoe dit eruit kan zien en wat het resultaat kan zijn.

 

Twintig makkelijke puzzels of één onmogelijke puzzel?

Als het aantal proposities per parlementaire werkgroep tot twee gereduceerd is (voor uitleg hiervoor, zie mijn vorige blog), dan is mijn inschatting dat de kampen ongeveer volgens onderstaande tabel verdeeld zijn. Verticaal zien we de 15 partijen. Horizontaal zien we de 20 ministeries. In de matrix bekent elke partij op elk beleidsterrein kleur. In de onderste regel zien we de kleur van de meerderheid per beleidsterrein. Neem het exacte resultaat niet al te serieus. De tabel is niets meer dan een illustratie van hoe een nieuwe manier van verkennen en formeren zou kunnen werken. En ook als de uitkomst anders is, is er per definitie altijd een oplossing.


We zien een paar standaardverdelingen van het parlement terugkomen. Dat noem ik meerderheidsprofielen. Ik ben tot 3 standaardprofielen gekomen:

  1. De traditionele (culturele) links-rechtsverdeling (A resp. B), waarbij de scheidslijn tussen D66 en VVD ligt. Op dit punt wint rechts (B) en dat is ook het profiel dat de huidige beoogde coalitie uitstraalt. Deze verdeling werkt vooral voor Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid (denk aan migratie en asiel), LNV (speerpunt van de BBB) en Ontwikkelingssamenwerking (denk aan de wens om hierop te bezuinigen of zelfs mee te stoppen).
  2. De internationaal resp. nationaal (of nationalistisch) georiënteerde partijen (A resp. B). De eerste groep hecht sterk aan EU-regels, de NAVO, het internationaal recht en de tweede groep denkt het geïsoleerde Nederlandse belang te behartigen. Deze verdeling ziet er heel anders uit en doet zich gelden voor Buitenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat (denk aan klimaatmitigatie), Klimaat en Energie. Over de SP heb ik getwijfeld of die in groep B thuishoort. Maar het zou niet uitmaken. Hier wint A het pleit en op deze punten zou het huidige beleid voortgezet kunnen worden. Voor Onderwijs heb ik ook dit profiel gekozen, maar hier is het mijn inschatting dat BBB en NSC naar nationalisme gaan overhellen (profiel 2a), denk aan het drastisch reduceren van buitenlandse studenten. Niettemin is ook hier m.i. nog steeds een meerderheid van het bestaande beleid (waar overigens al enkele ingrijpende hervormingen voorgenomen zijn).
  3. De sociaaleconomische links-rechtsverdeling (A resp. B), waarbij inkomensverdeling en hulp van de overheid aan individuele burgers een belangrijk thema is. Dit ligt anders dan profiel 1. Belangrijk verschil is dat de PVV hier tot de linkerzijde gerekend moet worden (denk aan afschaffen eigen risico in de zorg, minimumloon en algehele inkomenspolitiek). Hier heb ik dan weer CDA aan de rechterzijde (B) ingeschat, maar hier kan ik me vergissen. Hoe dan ook wint de A-zijde het pleit als reactie op 13 jaar neoliberale VVD-politiek, waartegen de PVV zich net zo verzet heeft als de linkse partijen (al was er nimmer vriendschap op dit punt). Ik heb dit profiel op Financiën, Sociale Zaken en Volksgezondheid toegepast. Bij Volkshuisvesting heb ik profiel 3a gemaakt, omdat het CDA (in tegenstelling tot andere sectoren) hier voor sterke overheidsregie is. Het maakt overigens geen verschil.

Kabinet van nationale eenheid of zakenkabinet

In de tabel heb ik zelfs namen van potentiële ministers ingevuld, weliswaar met een (serieuze) knipoog. Je zult zien dat er veel apolitieke namen staan, maar dit zijn mensen die wel in de media om hun expertise bekend staan. Persoonlijk zie ik deze namen als kwaliteitsimpuls, zoals ik dat ook van Robbert Dijkgraaf en Ernst Kuipers vind. Hun lidmaatschap van D66 heb ik tussen haken gezet, omdat ze lid zijn geworden om minister te worden. Dat is in onze nieuwe praktijk niet meer nodig. Het partijlidmaatschap van een minister zou in een dualistisch systeem  (daar is het woord!) niet relevant moeten zijn. Ik vind dat deze twee op hun post moeten blijven (blauw), maar belangrijker dan mijn mening: ik verwacht dat ze door een meerderheid gesteund kunnen blijven worden.

Het betekent ook dat ons denken helemaal om moet. De huidige hoofdrolspelers moeten ophouden met linkse partijen buiten te sluiten, maar linkse politici moeten ook ophouden met uitsluiten van samenwerking met rechtse politici. Overigens wordt er tussen de ministeries ook niet veel samengewerkt, en waar het nodig is, volstaat een verstandshuwelijk. Een kabinet hoeft geen vriendenclub te zijn.

Ik ga niet al deze namen toelichten. Als u nieuwsgierig bent, moet u deze namen maar eens natrekken. Google is uw beste vriend. Bedenk ook dat elke minister een staatssecretaris heeft. Mogelijk kunnen deze in iets grotere mate door de partijen geleverd worden, maar noodzakelijk is dit niet.

Voor de rode namen heb ik geen ideeën. Daar heb ik de huidige ministers gehandhaafd, mede omdat ik denk dat ze ook in de nieuwe Tweede Kamer een meerderheid achter zich kunnen blijven houden.

Merk op dat een meerderheid Wilders tot premier zal kronen, ongeacht wat u en ik daarvan vinden. Ik gun het hem, als hij zich aan zijn beloftes houdt en al deze experts hun ding laat doen. Als mijn inschatting klopt, kan de het profiel van de huidige 4 partijen zich in 7 ministeries doen gelden. Vooral op migratie en asiel willen ze een verschil maken. Laat ze het proberen. Ik zie niet hoe hun ideeën daaraan bijdragen, maar ik wens ze daar oprecht veel succes mee (dit zeg ik zonder enig sarcasme). Ik hoop dat ze externe expertise toelaten om daadwerkelijk binnen de kaders van het nationaal en internationaal recht problemen op te lossen, want die expertise bestaat wel. Zo zou Wilders nog wel eens premier van één van de beste kabinetten kunnen worden (al kan hij dit vooral bereiken door heel veel na te laten). Dat moet voor hem toch ook een interessant vooruitzicht zijn?

 

Tot slot

Als ik dit in één avond kan bedenken, dan moeten 150 Kamerleden in twee maanden tijd dit nog veel beter kunnen. Dit inclusieve politieke proces, waaraan alle Kamerleden meedoen, zal naar mijn stellige overtuiging tot meer kwaliteit en stabiliteit van bestuur leiden.

 

Reacties

  1. Over asielbeleid een inhoudelijk punt, dat ik niet in mijn blog wilde noemen. Ingebracht door een particuliere beveiliger in Ter Apel: de spreidingswet is uitstekend voor de meerderheid van asielzoekers die zich goed gedraagt. Voor de kleinere groep overlastgevers (veelal kansloze asielzoekers die uitgezet moeten worden) is concentratie in beter beveiligde centra juist beter. Dat is nou expertise uit het veld, zo logisch dat een politicus het niet zou kunnen bedenken.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hierbij nog een statistiekje over hoe tevreden de partijen met het nieuwe kabinet zullen zijn, afgemeten aan het aantal ministeries dat ze kunnen steunen:

    PARTIJ TOTAAL TEVREDENHEID
    PVV 13 65%
    GL/PvdA 13 65%
    VVD 14 70%
    NSC 12 60%
    D66 13 65%
    BBB 18 90%
    SP 13 65%
    CDA 8 40%
    PvdD 13 65%
    FVD 7 35%
    CU 13 65%
    DENK 13 65%
    SGP 12 60%
    Volt 13 65%
    JA21 7 35%

    Dus ja, ook de PVV kan hiermee tevreden zijn. Maar heel veel andere partijen ook. Positieve uitschieter is de BBB, die in diverse meerderheidsprofielen meedoet. Negatieve uitschieters zijn FVD en JA21, die een paar eigenaardigheden hebben en niet altijd op één lijn met de PVV zitten. Uiteraard zijn de ingevulde kleuren nogal speculatief, maar ik ben overtuigd dat het er niet heel ver naast zit. En met elke verdeling scoor je gemiddeld voldoende of meer. Dit is m.i. hoe democratie bedoeld is.

    Dus denk je nog steeds dat dit een onmogelijke verkiezingsuitslag is, waarmee niets te beginnen valt? Ik denk dat het wel meevalt.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Formatie à la carte

De 5%-norm voor defensie en de onbesproken risico's

De zoveelste gang naar de stembus